Waarom is een biertje zo duur?

Bier is heerlijk, maar in feite is het water met wat ingrediënten en alcohol erin. Waarom betaal je zo veel voor een glas dat voor circa 93 procent uit water bestaat? RTL Z zocht het uit.
Voor een biertje betaal je in het cafe al gauw 2 euro en in hippe cafés en in kroegen in steden als Amsterdam nog wel wat meer. Maar een kratje Heineken bier in de supermarkt, van hetzelfde merk, kost zo'n 14,99, oftewel 62 cent voor een vaasje van 0,3 liter.
En dat terwijl bier zoals gezegd vooral water is. Dat geldt ook voor speciaalbieren, die de laatste tijd enorm in opkomst zijn.
Later meer over het verschil tussen de prijs in de horeca en in de supermarkt. Nu eerst de prijs van een biertje in het algemeen.
Water
De kostprijs van een biertje is niet zo makkelijk te achterhalen. De prijs zit hem niet in de ingrediënten. Bier bestaat bijna geheel uit water. Reken met 100 procent minus het alcoholpercentage en je hebt het percentage water. Een pilsje met 5 procent alcohol bestaat dus voor 95 procent uit water, een speciaalbier met 8 procent alcohol dus voor 92 procent.
Voor het brouwen van bier heb je verder nog gemout gerst, hop en gist nodig. Water is in Nederland niet duur en van uitstekende kwaliteit. Je kunt het prima gebruiken om bier mee te brouwen. De prijs van water verschilt wat, PWN in Noord-Holland rekent 1,28 euro per kubieke meter (duizend liter) water. Dat is de prijs voor consumenten. Bij Vitens (actief in onder meer Gelderland, Overijssel, Friesland en Flevoland) ben je maar 67 cent (inclusief btw) per duizend liter kwijt. Dat is het tarief voor consumenten. De zakelijke tarieven liggen nog een stukje lager. Voor het brouwen van een liter bier is meer dan één liter water nodig, namelijk tussen de 3 en de 27 liter. Omgerekend per liter bier is dat nog altijd te verwaarlozen.
Mout en gist
Dan de andere ingrediënten. Hobbybrouwers kunnen pakketjes met de benodigde mout, gerst, hop en gist kopen. Voor een moutpakket (inclusief gist) betaal je 28,95 euro, voor 20 liter pils. Als je lekkerder bier wilt drinken, bijvoorbeeld Limburgs abdijbier, ben je hetzelfde kwijt of zelfs minder (bij een dubbel).
Dat komt neer op minder dan twee kwartjes per glas. Je hebt dan wel zelf wat apparatuur nodig. Grotere brouwers, ook al zijn het 'maar' microbrouwers als Het IJ of Klein Duimpje, zullen al minder betalen, om over grote jongens als Heineken en Inbev (onder meer Jupiler en Dommelsch) maar te zwijgen.
'Vooral apparatuur en arbeidsloon tellen'
''De kostprijs zit hem vooral in de apparatuur en arbeid'', zegt Kees Schouten, eigenaar/brouwer van De Noord-Hollandse Bierbrouwerij, tegen RTL Z. Hij is een zogeheten huurbrouwer. Dat wil zeggen dat hij geen eigen bier brouwt, maar alleen voor derden bier maakt. Het gaat dan om bedrijven die te klein zijn om zelf een installatie te hebben.
Schouten, naar eigen zeggen de grote onder de kleintjes, geeft aan dat schaalgrootte heel belangrijk is. ''Of je nu een ketel hebt van duizend liter of van tienduizend liter, je hebt dezelfde arbeidskosten.'' Daarnaast zijn grote brouwketels weliswaar in absolute zin duurder dan kleinere, maar relatief gezien juist weer niet. Zo kost een brouwhuis met een capaciteit van vijfhonderd liter 82.000 euro en een brouwketel van duizend liter 117.000 euro. Grote brouwers hebben nog grotere ketels, van wel 20.000 liter. Die ketels gaan zo'n 20 tot 30 jaar mee en ze kosten niet veel onderhoud.
Nog altijd wordt pils het meest gedronken. ''Dat is door de grote brouwerijen ongelofelijk goedkoop om te maken'', zegt Frits de Jong van Brouwerij Troost in Amsterdam, tegenover RTL Z.
Als je bij De Noord-Hollandse Bierbrouwerij je bier laat brouwen als kleine brouwer, dan kost dat per liter 2,05 euro voor lichtere bieren en 2,19 per liter voor zwaardere bieren. Het gaat dus niet om pils. Dat zijn de prijzen als je in totaal 500 liter laat brouwen. Als je 1000 liter maakt, dan wordt het zo'n 10 procent goedkoper: 1,85 per liter voor lichtere bieren en 1,99 per liter voor zwaardere bieren. Dit laat al zien dat hoe groter de hoeveelheden zijn, hoe goedkoper het wordt.
De volumes die brouwers van speciaalbieren zoals het Belgische Westmalle (zo'n 120.000 hectoliter, oftewel 12 miljoen liter) maken liggen al weer een flink stuk hoger, om maar niet te spreken van de miljoenen liters die Heineken brouwt. In het Zuid-Hollandse Zoeterwoude brouwt Heineken per jaar zo'n 10 miljoen hectoliter, oftewel 1 miljard liter, per jaar.
Dat volumes enorm belangrijk zijn beaamt ook Frits de Jong van Brouwerij Troost in Amsterdam. ''Wij zijn inefficiënter, omdat wij op veel kleinere schaal brouwen''. Hij brouwt zijn eigen bier en heeft twee brewpubs (brouwerij met café in één ruimte). Brouwerij Troost brouwt ook voor kleinere brouwers. Brouwen kost zo'n 2 euro per liter, geeft De Jong aan. Dat is dus de prijs die een kleine brouwer aan Brouwerij troost betaalt. Dat is inclusief accijnzen van zo'n 35 cent per liter voor lichtere bieren en circa 43 cent er liter voor zwaardere bieren. In de prijs die De Jong noemt zit ook het flesje. Dat kost hem zo'n 11 cent per fles, ''Heineken betaalt vermoedelijk maar een fractie''.
Distributie
Als het bier is gebrouwen moet het natuurlijk nog naar de supermarkt of de kroeg. Dat zijn de kosten niet. Het maken van een stop bij een café kost zo'n 75 euro, geeft groothandel Bier & Co aan. Het maakt dan niet uit of er tien vaten of één kratje wordt geleverd. Het maakt ook niet zoveel uit of je naar de binnenstad van Amsterdam moet of 100 kilometer moet rijden naar een kroeg die makkelijk te bereiken is. Een vrachtwagen rijden naar een supermarkt kost circa 200 euro.
Horeacabier
Voor bier zijn naamsbekendheid en imago zeer belangrijk. Dat bewijst Horecabier. Dit bedrijf koopt bier in bij brouwers die wat capaciteit over hebben ('nee, we geven geen namen') en verkoopt dat aan de horeca. Café's en restaurants kunnen hun eigen naam er op plakken. Een café dat bijvoorbeeld 'De Ster' heet kan 'Sterbier' tappen. Kroegen kunnen hun eigen uitstraling creëren, 'je gaat niet naar een café omdat ze daar een bepaald merk hebben, maar omdat het er gezellig is', zeggen ze bij Horecabier.
Nóg belangrijker voor het prijsverschil tussen Horecabier en bier van merken is dat brouwerijen vaak een pand verhuren aan een kroegbaas, ze investeren in taps en ze leveren het glaswerk. Horecabier doet dat allemaal niet. Café's die in zee gaan met een merkbrouwer kunnen alleen bij die brouwer bier inkopen. Ze betalen daarvoor een hogere prijs.
Een fust van 50 liter kost bij Horecabier 69 euro en bij Heineken zo'n 130 euro. Voor 'kelderbier', grote hoeveelheden die met een tankwagen worden geleverd, betaal je bij Heineken volgens hetzelfde overzicht van Misset Horeca 2,67 per liter en bij Horecabier 1390 euro voor 1000 liter. Dat is 1,39 euro per liter (dus zo'n 46 cent voor een vaasje). Nu zullen grote afnemers bij Heineken wel korting krijgen, maar duidelijk is dat er een flink verschil is in prijs.
Supermarkten
In supermarkten is bier veel goedkoper dan in de horeca en dat is zowel de horeca als consumenten een doorn in het oog. Horeca-ondernemers krijgen te horen dat dat is omdat supermarkten makkelijker te beleveren zijn en zelf voegen ze daar aan toe dat je in het café ook betaalt voor de sfeer. Heineken verwijst daarbij desgevraagd ook op de hogere kosten voor levering aan de horeca in vergelijking met levering aan supermarkten.
Over de marges die de groothandel en winkels rekenen blijven de meeste personen die we spraken mistig. Een ingewijde stelt dat de groothandel een marge van 15 procent rekent. Avondwinkels zouden circa 70 tot 100 procent marge rekenen, maar supermarkten veel minder. Te beluisteren valt dat supermarkten de prijs van bier (vooral pils) als lokkertje gebruiken, door het geregeld in de aanbieding te doen.
Gezien de nettowinst van het Heinekenconcern van 1,5 miljard euro (op een omzet van 19,2 miljard euro) over 2014, de toenemende populariteit van speciaalbieren en het snel stijgende aantal microbrouwerijen kan worden geconcludeerd dat bier brouwen een goed winstgevende activiteit is. Consumenten zijn blijkbaar bereid de prijzen te betalen.