Astronauten NASA die voor een week de ruimte in gingen kunnen pas in 2025 terug
De twee op het internationale ruimtestation ISS gestrande astronauten keren pas februari volgend jaar terug naar aarde. Dat heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA op een persconferentie bekendgemaakt.
Astronauten Barry 'Butch' Wilmore en Suni Williams vertrokken op 5 juni naar het internationale ruimtestation ISS. Het ruimteschip Starliner waarmee ze de heenreis maakten bleek niet veilig genoeg om mee terug te keren. Tijdens de vlucht kwam er een heliumlek aan het licht.
Zo'n probleem speelde ook al voor de lancering. Bovendien waren er problemen met de voortstuwing van het ruimteschip.
Pijnlijk
Lang was het de vraag of de twee astronauten met de door Boeing gefabriceerde Starliner konden terugkeren of niet. Nu is dus bekend dat dat niet gaat. De concurrent van Boeing, SpaceX, zal in februari volgend jaar Wilmore en Williams terug naar aarde brengen. Voor Boeing is dat een volgende klap, het Starliner-programma loopt allesbehalve naar wens.
De missie met de Starliner begint onderhand te veranderen in een flinke soap. Door eerdere mankementen had de missie al jaren vertraging opgelopen.
Weinig succes
Boeing wil met de Starliner de concurrentie aangaan met de Dragon van SpaceX, het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk, maar dat vaartuig is al meer dan twintig keer veilig naar het ISS heen en weer terug gevlogen.
Voor Boeing is het pas de derde vlucht, waarvan er maar één als gedeeltelijk succesvol kan worden omschreven.