CO2-uitstoot industrie daalt minder hard, doelstelling 2030 niet haalbaar

De plannen om de Nederlandse industrie te vergroenen komen niet van de grond. De verwachting is dat er in deze sector 19 megaton minder broeikasgas wordt uitgestoten in 2030 dan in 2021. Klinkt mooi, maar dat is 7 megaton minder dan twee jaar geleden in de planning stond.
Ook de doelstelling voor 2030 om veel minder CO2 uit te stoten, wordt bij lange niet gehaald, blijkt uit het rapport 'Reflectie op Cluster Energiestrategieën 2024' van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dat is op energiegebied de belangrijkste adviseur van de overheid.
Doelstelling 2030 niet gehaald
Nederland telt vijf grote industriële gebieden: Noord-Nederland, Noordzeekanaalgebied, Rotterdam-Moerdijk, Zeeland-West Brabant en Chemelot in Limburg. Grote bedrijven in die gebieden, zoals Tata Steel, kunstmestfabriek Yara en de bedrijven op de Tweede Maasvlakte, willen in de toekomst stoppen met het gebruik van gas en fossiele brandstoffen.
Maar de plannen om over te stappen op groene stroom en groene waterstof lopen niet soepel.

Iedere twee jaar onderzoekt het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met TNO en RVO hoe ver de industrie is met verduurzamen. Als je alle plannen bij elkaar optelt, wordt de doelstelling voor 2030 om maximaal 29,1 megaton broeikasgassen uit te stoten niet gehaald. De industrie komt niet in de buurt en blijft steken op 33,3 tot 42,5 megaton.
Er zijn drie redenen waarom dat niet lukt, staat in deze reflectie op de energiestrategieën van de industrie:
- Het is onzeker of veel plannen die nu nog in de kinderschoenen staan ook vóór 2030 klaar zijn. Als de plannen onderweg sneuvelen, dan wordt ruim 60 procent van de verminderde uitstoot niet gehaald.
- Ook blijft de benodigde infrastructuur achter. Het stroomnetwerk zit vol en moet fors uitgebreid worden. Dat is heel duur. En er is ook onvoldoende technisch personeel om die werkzaamheden uit te voeren.
- De industrie wil inzetten op groene waterstof. Bij groene waterstof splits je via elektrolyse watermoleculen in waterstof en zuurstof. Als je voor dit proces zon- en windenergie gebruikt, heb je groene waterstof zonder CO2-uitstoot.
Maar de productie van groene waterstof loopt fors achter. Er ontbreekt volgens de onderzoekers 'een sluitende businesscase'. Kortom: het is veel te duur, waardoor er te weinig in groene waterstof wordt geïnvesteerd.
Groene waterstof is duur
Groene waterstof is drie keer duurder dan grijze waterstof, dat wordt gemaakt met behulp van aardgas. Hierdoor prijzen bedrijven op groene waterstof zich uit de markt, omdat hun producten veel duurder worden dan bedrijven die niet duurzaam produceren.
Volgens de onderzoekers is er sprake van een kip-eiprobleem bij de aanleg van de benodigde infrastructuur voor de energietransitie. Bedrijven wachten met investeren in groene waterstof of elektrolyse. En als er geen vraag is, gaat ook niemand het maken.
En TenneT, de netbeheerder van het stroomnetwerk, gaat geen miljarden euro’s investeren in het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk als de industrie geen beslissing neemt. De industrie durft op haar beurt niet verder te gaan met elektrificeren, omdat ze bang zijn dat ze niet aangesloten kunnen worden op het stroomnetwerk, omdat het vol zit.
In onderstaande video krijg je een beeld van de allereerste waterstoffabriek op zee, waar energie uit Hollandse wind wordt opgeslagen:
Netbeheerders moeten duidelijker zijn
Hoe nu verder? Het PBL beveelt de betrokken partijen allereerst aan om toch vooral met elkaar te blijven praten. Het is en blijft belangrijk om zicht te houden op de vergroening van de industrie, stelt het Planbureau, al is het maar omdat die (deels) met publieke middelen wordt gedaan.
Voor de netbeheerders ziet het PBL een actievere rol weggelegd. Die moeten duidelijker aan bedrijven terugkoppelen wat er wel en niet mogelijk is op het stroomnet in een bepaalde periode. Al is dat door de wachtlijsten geen eenvoudige opgave, ziet ook de overheidsadviseur.