Miljarden coronaschuld, maar fiscus komt handen tekort om te innen

Het is nog maar de vraag of de 14 miljard euro aan coronabelastingschuld die nog uitstaat bij ondernemers daadwerkelijk wordt terugbetaald. De Belastingdienst heeft zeker 400 voltijdsbanen extra nodig om dat voor elkaar te krijgen, maar kampt nu al met een personeelstekort.
In totaal hebben 210.000 ondernemers, per begin dit jaar, nog een openstaande corona-belastingschuld van 14 miljard euro, zo valt te lezen in het rapport 'Focus op corona belastingschulden' van de Algemene Rekenkamer, dat vandaag is aangeboden aan de Tweede Kamer.
Vooral mkb-bedrijven en zzp’ers hebben schulden, in totaal 205.000 bedrijven met een gezamenlijke schuld van ruim 9 miljard euro.
Of die schulden allemaal worden ingelost, is de vraag. Het ministerie van Financiën sprak eerder al de verwachting uit dat 2,5 miljard oninbaar zal zijn.
1000 fte tekort
De Rekenkamer becijfert dat er voor bijna 3 miljard aan schulden extra inspanningen nodig zijn van de Belastingdienst om ze te kunnen incasseren. Voor nog eens 2,9 miljard is zelfs dwang nodig.
Maar het personeelstekort bij de dienst is groot. Volgens de onderzoekers zijn 400 voltijdbanen (fte) extra nodig om 'achter de coronabelastingschulden aan te zitten'. In totaal komt de afdeling die verantwoordelijk is voor het innen zelfs 1000 fte tekort.
En dat betekent dat de Belastingdienst prioriteiten moet stellen. Concreet houdt dat in dat dat er werkzaamheden bewust niet worden uitgevoerd en er geen maatwerk mogelijk is, in het bijzonder voor mkb-bedrijven met schulden.
'Toezicht krijgt de laagste prioriteit.' De uiterste dwangbevelen tot betaling worden daarom nauwelijks uitgevoerd en deurwaarders kunnen hun werk niet uitvoeren, omdat de werkzaamheden die daarvoor nodig zijn bij de Belastingdienst blijven liggen.
Geen beslag gelegd
In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld dat er, hoewel dat juridisch kan, geen beslag gelegd wordt op de eigendommen van bedrijven met schulden, zoals loon of banktegoeden. Eind vorig jaar is de Belastingdienst wel begonnen met invorderen bij een groep mkb-bedrijven met een relatief hoge schuld.
Ook andere werkzaamheden kunnen in het gedrang komen, zoals de opvolging bij bezwaren op boetes of het stopzetten van betalingsregelingen.
Er kleeft bovendien een belangrijk risico aan het niet kunnen handhaven, namelijk dat meer ondernemers de regels aan hun laars lappen en hun schulden niet aflossen. Als daarop vervolgens niet wordt gehandhaafd, kan het totaalbedrag aan openstaande schulden en niet-inbare vorderingen verder oplopen, zo waarschuwt de Rekenkamer.
Van de bakker tot KLM: uitstel
Belastinguitstel was een generieke regel 'van de bakker op de hoek tot KLM', zo'n beetje alle branches maakten er, tussen maart 2020 en maart 2022, gebruik van. In totaal werd voor 40 miljard uitgesteld door ruim 400.000 ondernemers.
In oktober 2022 kregen 266.000 bedrijven met nog openstaande schulden een betalingsregeling voor de kiezen: van in totaal ruim 19 miljard euro. De betalingen mogen over vijf jaar worden uitgesmeerd. Inmiddels is de schuldenberg en het aantal ondernemers met schulden dus wel gedaald.
Het aflossen van schulden gaat met horten en stoten. Meer dan een op de drie bedrijven houdt zich niet aan de regels, zegt de Rekenkamer. Tienduizenden ondernemers hebben betalingsachterstanden of lossen geen cent af, zo bleek eerder al.

Uit het onderzoek blijkt ook dat veel ondernemers die uitstel kregen, toch al een financieel zwakke positie hadden: 37 procent liep toen al het risico om failliet te gaan. En gebeurt dat eenmaal, dan is niet zeker of de Belastingdienst zijn geld nog terugziet.
Het grootste deel van de nu nog openstaande schuld komt voor rekening van groothandels en detailhandel. Bij de branche vervoer en opslag is de gemiddelde openstaande schuld per ondernemer met 261.000 euro het hoogst. Ook signaleren de onderzoekers dat grote bedrijven over het algemeen beter aflossen dan kleine.