'Red mijn dier'-sticker voor de brandweer: nuttig of onnodig?

In het geval van een woningbrand zorg je natuurlijk dat jij en je familieleden zo snel mogelijk het huis uit zijn. Daar horen huisdieren ook bij. Maar wat als er brand uitbreekt als je niet thuis bent? Hoe weet de brandweer dan dat je een huisdier hebt? Speciaal daarvoor zijn de 'red mijn dier'-stickers in het leven geroepen. Maar is dat nou zinvol? En hoe gaat de brandweer hiermee om? Wijkbrandweerman Edo Brouwer en dierenarts Piet Hellemans vertellen er over.
Als huisdierbaasje is het je grootste nachtmerrie; er breekt brand uit, en je trouwe viervoeter of vrolijke vogel is alleen thuis. Wat kun je doen? Bijvoorbeeld een 'red mijn dier'-sticker op je deur plakken, om hulpdiensten te alarmeren dat je een huisdier hebt.
Red mijn dier-sticker
"Als de Brandweer deze sticker waarneemt op een voordeur, dan zal men hier altijd notie van nemen", vertelt Edo Brouwer, Wijkbrandweerman bij Gooi en Vechtstreek. "Maar", zo vervolgt hij. "Dit is geen hoofddoel."
Dat klinkt wellicht wat cru, maar de brandweer neemt altijd risico's die passen bij het incident. "De brandweer werkt nooit met veel variabelen en gaat uit van vaste (haast met militaire precisie) protocollen. Hierin gaat redding van personen vóór. Op plaats twee zal men inzetten op de brand, want hoe eerder die uit is, hoe beter. En op plek drie komen dan de huisdieren", vertelt hij.
Dierenarts Piet Hellemans: "Bij rampen gaat de prioriteit natuurlijk altijd naar mensen en de veiligheid van mensen. Toch denk ik dat zo'n sticker heel goed is. Op die manier kan er, als er tijd en ruimte voor is, naar diertjes worden gezocht en kunnen deze geholpen worden."
Huisdieren redden als brandweer
"Als er een woning in brand staat met daarin een persoon, neemt de brandweer iets meer risico als het gaat om redding. Maar in de basis staat de veiligheid van eigen personeel altijd bovenaan", legt Brouwer uit. "Als het gaat om huisdieren, dan geldt eigenlijk hetzelfde. Als de mogelijkheden er zijn, zal de brandweer altijd kijken of ze dieren kunnen redden. Als er is vastgesteld dat er geen personen meer zijn, dan zal er gekeken worden of er dieren aanwezig zijn en zo ja; waar deze dan zijn."
En vooral dat laatste maakt het redden van dieren bij woningbranden heel lastig. "Dieren melden zich niet. Vaak schuilen ze zich op, op plekken waar je niet zo snel bij kan - bijvoorbeeld onder kasten. Dit gebeurt vooral bij honden of katten, als een dier in een kooi zit is dat natuurlijk weer anders. Die zijn makkelijker om te vinden, maar daar is vaak een slechtere afloop, omdat ze meer rook hebben binnengekregen, omdat ze niet kunnen vluchten in de woning", zo legt de brandweerman uit.
Dit beaamt dierenarts Piet Hellemans: "Huisdieren kruipen weg in een veilig holletje of op een veilige plek bij harde geluiden. Ook als dingen anders gaan dan anders, komen ze in sluipmodus en maken ze zich zo klein mogelijk met zo min mogelijk geluid, om het gevaar maar niet op zich af te roepen. Dat maak het dus voor hulpdiensten heel lastig om dieren in dit soort situaties te vinden."
Schade bij huisdieren door brand
"Rookschade komt bij verschillende dieren voor", vertelt Hellemans. "Vooral vogels zijn erg gevoelig voor luchtkwaliteit. Vroeger werden kanaries ook meegenomen naar de steenkolenmijnen als verklikker van slechte lucht; als het vogeltje doodging, wisten de mijnwerkers dat ze moesten oppassen."
Vogels hebben dus meer last van slechte luchtkwaliteit dan zoogdieren: "Het zijn vooral de kleine dieren die gevoeliger zijn voor slechte lucht en giftige gassen. Ook is er een verschil tussen dieren die kunnen vluchten en niet. Als ze in een kooitje zitten, kunnen ze niet schuilen of weggaan voor de giftige dampen", legt hij uit. En dan is er nog koolstofmonoxide. "Koolstofmonoxide is zwaarder dan lucht. Dus als je een cavia of konijnenhok op de grond hebt staan, bezwijkt dat diertje daar eerder aan dan zijn baasje die anderhalve meter hoger leeft."
Toch kunnen ook honden en katten bezwijken aan de lucht: "Als ze te veel dampen hebben ingeademd of te veel gassen van een brand bijvoorbeeld, dan kunnen ook zij benauwd worden en het uiteindelijk niet halen." Van fysieke schade, zoals brandwonden, kunnen honden en katten goed herstellen: "Daar kunnen ze vaak mooi van herstellen, maar soms groeit de vacht niet terug en blijft de huid kaal", vertelt de dierenarts.
Wel of geen sticker?
Zo'n sticker is natuurlijk top, maar het maakt het voor de brandweer ook lastig. Edo Brouwer: "Neem als voorbeeld een persoon met een hond. Neemt deze zijn hond mee als hij boodschappen aan het doen is, of zit de hond dan in de woning of een bench? Als de bewoner niet aanwezig is, is het altijd gokken of het dier er wél is."
Dus, is zo'n sticker wel of niet aan te raden? "Kortom: de sticker helpt altijd, maar komt niet op het eerste plan van de hulpdiensten", vertelt de brandweerman. Ook Hellemans vindt de sticker een goed idee: "Ik ben absoluut voor de sticker, maar alles wat je aan preventie kunt doen, is natuurlijk ook heel belangrijk. Brandmelders, brandblussers, koolstofmonoxidemelders; alles wat je kunt doen om de brand te voorkomen, moet je natuurlijk doen."
