Warm bad

Voor deze nieuwkomers maakten vrijwilligers het verschil: 'In alle chaos en ellende, zagen ze mij'

Door Reenike Yanik··Aangepast:
© Eigen fotoVoor deze nieuwkomers maakten vrijwilligers het verschil: 'In alle chaos en ellende, zagen ze mij'
RTL

Elke vluchteling, migrant of asielzoeker in Nederland kent wel een vrijwilliger die hen heeft geholpen: een tante Ria, een Jos of een Jopie. Dankzij hen voelde de aankomst in Nederland als een warm bad. "Als kind voelde ik me door hen beschermd. Hun aanwezigheid gaf rust."

Minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie) weigerde deze week haar handtekening te zetten onder de voordracht voor een koninklijke onderscheiding voor mensen die zich bij onder meer het COA hebben ingezet voor asielzoekers en vluchtelingen. "Hun werk staat haaks op mijn beleid. Ik sta voor een streng asielbeleid, want ik wil de instroom drastisch verlagen en het aantal verblijfsvergunningen ook", zei Faber. 

In de politiek werd hier fel op gereageerd:

Bijna hele Tweede Kamer valt over Faber heen in debat

Niet alleen in Den Haag maakt de discussie veel los, maar ook in de samenleving. Er zijn mensen die Faber steunen, maar er is ook onbegrip omdat de vrijwilligers goed werk doen. Sadaf, Ali, Mustapha en Stire kunnen daarover meepraten. Zij kwamen elk met een eigen verhaal in Nederland terecht. 

Voor hen maakten betrokken buren of vrijwilligers het verschil, vertellen ze tegen RTL Nieuws.

Sadaf (37) uit Afghanistan: 'Door tante Ria voelde ik me beschermd en gezien'

Sadaf Qutbyar is de vrijwilligers in haar leven dankbaar. © Eigen foto
Sadaf Qutbyar is de vrijwilligers in haar leven dankbaar.

"Vier jaar oud was ik toen mijn ouders in 1992 uit Afghanistan vluchtten naar Nederland. Toen ik zes jaar oud was, kregen we een woning toegewezen in Albasserdam", zegt Sadaf. "Toen we daar aankwamen, werden we verwelkomd door twee tante Ria's: Ria Barra en Ria van der Zijden. Van hen kreeg ik een broodje, ik kan je vertellen, nooit meer heeft een broodje zo lekker gesmaakt. Het broodje maakte me emotioneel, het gaf weer met hoeveel liefde en warmte we door hen opgevangen werden."

De tante Ria's hebben daarna nog jarenlang een rol gespeeld in het leven van Sadaf. "Ik herinner me nog goed hoe mijn ouders met al hun vragen bij hen terecht konden: van vragen over school, tot vragen over iets aanvragen bij de gemeente en hoe het bijvoorbeeld met een zorgverzekering zit. Allerlei dingen die vanzelfsprekend lijken als je hier bent opgegroeid, maar totaal onbekend zijn als je de taal niet spreekt en je je kwetsbaar voelt."

'Ze hielpen ons'

"Zij namen ons mee naar de Keukenhof, organiseerden kerstfeesten waar iedereen samenkwam. Ze hielpen ons, ze brachten ons en andere vluchtelingen samen", zegt Sadaf vol waardering. "Dankzij hen werden we een gemeenschap waarin we van elkaar konden leren. Ik vraag me weleens af hoe de eerste jaren waren geweest als zij er niet waren. Zeker nu integratie vaak onderwerp van discussie is, besef ik dat nog meer."

"Als kind voelde ik me door hen beschermd en zag ik dat mijn ouders door hen minder stress ervaarden. Alleen al hun aanwezigheid gaf rust. We moeten mensen helpen die het moeilijk hebben. En, als je dan eenmaal op je eigen benen staat, kun je anderen weer helpen."

"De 'tante Ria's' deden dit nooit uit eigenbelang. Dit zijn mensen die zich jarenlang hebben ingezet om anderen te helpen en dan na 30 jaar te horen krijgen dat ze alleen voor bepaalde mensen vrijwilliger mogen zijn. Wat voor samenleving zijn we dan aan het creëren?"

Ali (38) uit Afghanistan: 'Zij waren mijn helden'

Ali Nabizadeh met de jeugd encyclopedie die hij kreeg. © Eigen foto
Ali Nabizadeh met de jeugd encyclopedie die hij kreeg.

"Na een lange reis door verschillende landen kwamen mijn ouders, zus en ik in 1997 in Nederland terecht, het jaar van de laatste Elfstedentocht", herinnert Ali zich. "Ik was toen tien. Ik herinner me die tijd als een periode van veel veranderingen, maar ook van warmte en hulp. De eerste plek waar we echt gingen wonen was in het Brabantse Deurne. Doordat ik zo vaak verhuisd was, kon ik me nergens echt hechten. Ik weet nog dat ik me in Deurne afvroeg, of dit een plek was waar ik langer mocht blijven. Of dit de plek was waar ik warmte en veiligheid kon vinden."

'Ik gun iedere immigrant het Nederland van toen'

"Dat was het. Het Nederland waar ik toen in terechtkwam, was het land dat ik elke immigrant gun die moet vluchten. Ondanks dat ik bijvoorbeeld onderweg naar voetbal ook wel eens werd uitgescholden voor 'kankerbuitenlander', of dat iemand zei 'rot op naar je eigen land' was het de warmte en hartelijkheid van die tijd die het meest is blijven hangen."

"Een echtpaar uit het dorp ontfermde zich over ons. Zij waren mijn helden. Alles was nieuw voor me, ik was analfabeet, was nooit naar school geweest. Zij hielpen me een plekje in de maatschappij te vinden. Met hun vierde ik mijn eerste verjaardag in Nederland. Nooit eerder had ik een verjaardag gevierd. Ik kreeg een cadeautje van hen: een jeugdencyclopedie. Nu, bijna 30 jaar later, heb ik dat boek nog steeds. Uren en uren heb ik erin zitten bladeren, gelezen en ervan geleerd."

"Die warmte, hun welkom, hun menselijke nabijheid zal ik nooit vergeten. Aan alle vrijwilligers die nieuwkomers helpen, die tijd maken voor een praatje, een gebaar en een beetje menselijkheid tonen, wil ik dan ook kwijt: jullie zijn goud. Jullie verdienen allemaal een lintje."

Ali deelde zijn verhaal en de foto van het echtpaar op LinkedIn. Daardoor weet hij sinds vandaag de namen van de vrijwilligers. Hij hoopt in contact te komen met familieden van Jos en Jo Frantzen. Uit zijn oproep heeft hij begrepen dat Jos inmiddels overleden is. Maar het doet hem goed te weten dat ze in 1998 een koninklijke onderscheiding in ontvangst heeft mogen nemen. 

Stire (55) is Aramees- een Syrische-orthodoxe christen - uit het zuidoosten van Turkije: 'In de chaos en het verdriet zagen zij mij staan'

Stire Kaya is de familie Derksen nog steeds dankbaar. © Eigen foto
Stire Kaya is de familie Derksen nog steeds dankbaar.

"Toen ik tien was, vluchtten wij in 1980 als Aramese christenen naar Nederland. De meeste mensen uit onze groep vestigden zich in Twente, maar wij kwamen in Den Bosch terecht. Voor ons was het een totaal nieuwe wereld. We kwamen uit een dorp zonder stromend water en belandden ineens in een moderne stad. We begrepen niets van de taal, niets van de samenleving, maar ondanks alles heb ik warme herinneringen aan die tijd."

'Zij hielpen toen mijn broer overleed'

Kort na onze komst, overleed mijn broer plotseling. De familie Derksen hielp ons toen in die tijd. In al die chaos en verdriet zag bijna niemand mij als kind, maar zij wel. Ze namen me een dagje mee uit, lieten me op de schommel spelen, leerden me fietsen en ik speelde met hun zoon in de tuin. De warmte en liefde die ik van hen voelde, zal ik nooit vergeten. Ondanks de dood van mijn broer en dat ik hier net nieuw was en niemand kende, heb ik dankzij hun warme herinneringen aan die tijd."

"Het contact met hen is altijd gebleven", zegt Stire. "Ik woon nu in Hengelo, maar ben nog zeker een paar keer terug geweest naar Den Bosch. Die band blijft speciaal. Op een moment dat mijn wereld op zijn kop stond en ik er niets van begreep, waren er mensen die voor me zorgden, die een oogje in het zeil hielden. Daar ben ik nog steeds dankbaar voor. Mijn ouders zijn er niet meer, maar ook zij hadden warme herinneringen aan die tijd. Zonder de hulp van deze mensen hadden we het nog moeilijker gehad."

"Je had toen nog geen hulpmiddelen zoals Google Translate. Je moest het doen met wat er op je pad kwam. Daarom heb ik nog steeds moeite met beschuldigingen aan het adres van autochtone Nederlanders, van racisme en discriminatie. Ik heb me nooit gediscrimineerd gevoeld. Wij kwamen in een warm bad terecht, ondanks de onzekerheden over het verlaten van je land. Ik heb alleen maar mooie mensen ontmoet - het waren bijna engelen - die liefde, moeite en hulp schonken aan mensen die ze niet eens kenden."

Mustapha (43) komt uit Marokko, is in Nederland geboren: 'Joop was voor mij een derde opa'

Mustapha Kanaa kreeg er een derde opa bij. © Eigen foto
Mustapha Kanaa kreeg er een derde opa bij.

"Mijn vader kwam hierheen als arbeidsmigrant in 1974, later trouwde hij met mijn moeder. In 1981 werd ik geboren. Omdat mijn vader hier voor werk kwam en al een huis had voordat mijn moeder kwam, hadden we al een stabiele basis. Maar hij werkte veel en maakte lange dagen, mijn moeder was veel alleen."

"Voor haar was het een hele nieuwe wereld", zegt Mustapha. "Zonder familie of sociaal netwerk. Gelukkig waren daar onze buren: Joop en Jopie, een wat ouder echtpaar. Ze waren al gepensioneerd en stonden altijd klaar om te helpen."

'Zij inspireerden mij'

"Ze hielpen ons echt enorm, gingen mee met doktersafspraken, pasten op als mijn moeder ergens heen moest en zorgden ervoor dat we altijd welkom waren bij hen. Ik noemde ze dan ook opa en oma. Ze gaven zonder iets terug te verwachten, puur uit goedheid. Dat heeft me altijd geïnspireerd om ook iets voor anderen te doen. Daardoor werk ik nu als jobcoach om mensen te helpen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt."

"Als ik terugkijk op mijn jeugd, dan voelde ik me hier echt thuis", herinnert Mustapha zich. "Ik was geen buitenbeentje, ook al behoorde ik tot een minderheid. Ja, ik zag er anders uit, sprak een andere taal, maar door mensen zoals Joop en Jopie heb ik dat nooit als iets negatiefs ervaren. Ik hoorde erbij. Ik deed mee. We waren er voor elkaar."

"Tegenwoordig zie ik een andere kant van Nederland, en dat vind ik jammer. Het hoeft niet zo te zijn. We worden als samenleving alleen maar sterker als we samen optrekken. Ik kom uit een Arabische cultuur waarin gemeenschap en saamhorigheid centraal staan. Ik geloof dat we samen verder komen. Maar nu zie ik steeds vaker dat mensen tegenover elkaar worden gezet. Dat is zo'n gemiste kans. Vrijwilligers verwachten niets terug. Maar als Joop en Jopie nog leven, kom ik graag met ze in contact. Ik zou graag wat terug willen doen."

Lees meer over
AsielzoekersImmigratieDiversiteitLink in bio