Rechter: KNMI hoeft weerapp niet aan te passen

Het KNMI hoeft zijn app met weergegevens niet aan te passen. De uitbaters van commerciële weerapps zoals Buienradar, Buienalarm, Weerplaza en Weather Impact waren naar de rechter gestapt om te protesteerden tegen in hun ogen oneerlijke concurrentie, maar hebben hun kort geding verloren.
Dat blijkt uit een zojuist verschenen uitspraak van de Haagse voorzieningenrechter.
Zes commerciële uitbaters van weerapps, verenigd in de Nederlandse Vereniging van Weerbedrijven (NVWB), spanden een kort geding aan tegen het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat om te protesten tegen de vernieuwde app van het meteorologisch instituut, waarop ook lokale weergegevens staan.
Ook protesteerden zij tegen de aanpassing van regelgeving, waardoor het mogelijk wordt om radarbeelden en -prognoses op te nemen. Een van de weerbedrijven is Buienradar, dat net als RTL Nieuws in handen is van RTL Nederland.
Oneerlijke concurrentie
Volgens de commerciële uitbaters concurreert het KNMI door die app op een oneerlijke manier met hen. Het KNMI is als agentschap van het ministerie in staatshanden en wordt gefinancierd met belastinggeld. De commerciële bedrijven moeten hun eigen geld verdienen, wat zij doen door het verkopen van advertenties.
Volgens de belangenvereniging handelen het KNMI en het ministerie in strijd met eerder gemaakte afspraken.
Eisen afgewezen
'Teleurstellende uitspraak'
Het KNMI zegt 'tevreden' te zijn dat de vorderingen van de commerciële weerbedrijven zijn afgewezen. "De uitspraak maakt verdere ontwikkeling mogelijk van de informatievoorziening richting de samenleving over het weer en over weersextremen op een manier die past bij onze publieke taak."
NVWB-secretaris Menno Bom spreekt van een 'teleurstellende uitspraak'. Hij wijst erop dat de rechter zich niet heeft uitgelaten over veel inhoudelijke vragen, maar vooral vindt hij niet op de stoel van de wetgever kan zitten. "Daardoor is er nog steeds veel onduidelijk. We beraden ons nog op vervolgstappen. Mogelijk zullen we ons niet alleen wenden tot de rechter, maar ook tot de politiek."