Geen signalen mond-en-klauwzeer in Nederland: 'Gelukkig'

Er zijn 'gelukkig geen signalen' dat dieren in Nederland besmet zijn met mond-en-klauwzeer (MKZ). Dat heeft het ministerie van Landbouw in een brief bekendgemaakt na een onderzoek. Wel zijn de eerste 100.000 doses vaccin besteld.
Al eerder was minister Femke Wiersma van Landbouw 'geschrokken' van het bericht dat in Duitsland drie waterbuffels besmet zijn met mond-en-klauwzeer (MKZ). Dat schreef ze toen aan de Tweede Kamer. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onderzocht of dieren uit die deelstaat, Brandenburg, recentelijk naar Nederland zijn gekomen. Hoe de dieren in Duitsland besmet zijn geraakt, is niet duidelijk, staat in de brief van het ministerie.
Verbod voor kalveren
Uit voorzorg is er een afvoerverbod voor vleeskalveren afgekondigd. Verder stelde Wiersma al eerder dat er een laag risico is op verspreiding. Natuurbeheerders in Nederland zijn extra alert. "We hebben onze boswachters opgeroepen extra op de hygiëne te letten", liet een woordvoerder van Staatsbosbeheer vandaag aan persbureau ANP weten. Dat houdt bijvoorbeeld in dat ze even niet met de auto tussen locaties met kuddes dieren moeten pendelen, om te voorkomen dat ze het virus dat de ziekte veroorzaakt onbedoeld verspreiden. De bestelde vaccins kunnen binnen zes dagen geleverd worden, zo laat het ministerie weten.
Het is voor het eerst in veertien jaar dat de ziekte weer opduikt in de Europese Unie. In 2011 werd een besmetting met het virus vastgesteld in Bulgarije. De MKZ-uitbraak in
Brandenburg betreft de eerste besmetting in Duitsland sinds 1988.
De besmette waterbuffels in Duitsland leefden op een boerderij in de plaats Hönow, zo'n 20 kilometer van Berlijn.
Signalen
Op basis van 'exportcertificering' is vooralsnog niet gebleken dat dieren uit Brandenburg naar Nederland zijn gekomen. "Wel zijn er signalen dat er mogelijk indirect importen zijn uit het gebied. Mocht dit het geval blijken, dan worden deze bedrijven in Nederland geblokkeerd en nader onderzocht", schrijft de minister.
De minister heeft Wageningen Bioveterinary Research opdracht gegeven om de negatief geteste monsters, die de afgelopen weken zijn ingestuurd ten behoeve van blauwtongdiagnostiek, te testen op de aanwezigheid van MKZ-virus. De Deskundigengroep Dierziekten is om een advies gevraagd.
270.000 dieren afgemaakt
In 2001 was er een epidemie in Europa. In Nederland werden toen 26 bedrijven besmet verklaard. Op ongeveer 2900 bedrijven werden ruim 270.000 evenhoevigen afgemaakt, ook gezonde dieren en ook op kinderboerderijen.
Afschuwelijk
"Die uitbraak was afschuwelijk", zei Dirk Bruins van landbouworganisatie LTO afgelopen week tegen RTL Nieuws. "Dat zit in ons collectieve geheugen. Gelukkig lijkt het erop dat de Duitse autoriteiten er snel bij zijn. Donderdag zag een veearts symptomen die hij niet vertrouwde. Vrijdag wist hij al dat het mond-en-klauwzeer was. Daarna gingen alle protocollen in."
Volgens Bruins is veel geleerd van de uitbraak in 2001. "Zo is de monitoring veel strakker. We houden vervoersbewegingen beter in de gaten. En ook hebben we goede draaiboeken liggen. Die zijn in orde."
Als hier daadwerkelijk een uitbraak zou komen, dan zal er weer geruimd moeten worden. Binnen een bepaalde straal van de haard, legt Bruins uit. "En ook zul je – als de besmettingen niet stoppen – moeten gaan vaccineren. Maar het probleem met vaccineren is dat je je vlees en melk daarna internationaal niet meer kwijt kunt. Veel landen accepteren geen producten van gevaccineerde dieren."
Bekijk ook: Kun je mond-en-klauwzeer krijgen van vlees eten, en andere vragen
Zeer besmettelijk
Mond-en-klauwzeer is een zeer besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een virus. De ziekte treft voornamelijk evenhoevigen zoals rundvee, varkens, schapen, herten en geiten. Bij schapen en geiten verloopt de ziekte meestal vrij mild. Bij rundvee en varkens kunnen de gevolgen volgens de Wageningen Universiteit veel ernstiger zijn.
De ziekte begint in en rond de bek en aan de klauwen, staat op de website van de universiteit. Dieren hebben koorts, maken een zieke indruk, eten minder en vertonen blaren, onder andere op de rand van huid en klauw in de tussenklauwspleet, en op de tong en in de mond. Bij runderen daalt de melkproductie sterk en de dieren gaan kwijlen. Besmette volwassen dieren zullen in het algemeen niet sterven aan de ziekte, maar bij jonge dieren komen soms sterftepercentages voor van 100 procent.