Ruim 11.000 slachtoffers seksueel grensoverschrijdend gedrag in de zorg

Ruim 11.000 personen van 16 jaar en ouder werden in de afgelopen 12 maanden slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag door een zorgverlener. Een deel van deze groep maakte bovendien meerdere typen grensoverschrijdend gedrag mee. Ruim 9.000 mensen kregen te maken met 'offline' seksuele intimidatie en bijna 3.000 mensen met 'online' seksuele intimidatie door een zorgverlener.
Nog eens bijna 2.000 mensen vertelden slachtoffer te zijn geweest van fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag, zoals aanranding en verkrachting. Deze cijfers zijn afkomstig van het Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum (WODC).
Inspectie ongerust
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zegt zich grote zorgen te maken over de cijfers van overschrijdend gedrag in de zorg en vindt dat er meer moet gebeuren om de zorg veilig te houden.
Volgens de inspectie komen de meeste zorginstellingen pas in actie als er zich al een geval van overschrijdend gedrag heeft voorgedaan. De IGJ kreeg zelf vorig jaar 330 meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners richting patiënten en cliënten. Ongeveer hetzelfde aantal als in 2023, maar het blijkt het topje van de ijsberg, vergeleken met de cijfers van de WODC.
Van de 330 meldingen die de inspectie wel kreeg, ging 84 procent over lichamelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dan gaat het over ongewenste of onnodige aanrakingen van borsten en geslachtsdelen en onnodig in- of uitwending onderzoek. Ook waren er meldingen over seksuele handelingen en verkrachting, soms onder het mom van medische handelingen.
Ernstige gevolgen
Seksueel-getinte appjes of opmerkingen (33 procent van de meldingen) gaan soms samen met lichamelijk grensoverschrijdend gedrag en kunnen net zoveel impact hebben. Ze schaden ook enorm het contact tussen de zorgverlener en de patiënt of cliënt, met ernstige gevolgen, aldus de Inspectie.
In de jeugdhulp en gehandicaptenzorg zijn er al richtlijnen om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Vooral de grotere instellingen in de gehandicaptenzorg zetten vaak al stappen. In de geestelijke gezondheidszorg en verpleeghuiszorg oriënteren steeds meer zorgaanbieders zich hier wel op, maar zoeken ze nog naar wat ze eraan moeten doen. De inspectie vindt dat zorginstellingen, zorgverleners, beroepsverenigingen en brancheorganisaties meer moeten doen om dit gedrag te voorkomen.
Cijfers
- De meeste meldingen kreeg de inspectie uit de gehandicaptenzorg (90), gevolgd door de geestelijke gezondheidszorg (80) en de eerstelijnszorg (40, vooral fysiotherapeuten). Over de jeugdzorg kwamen er 60 meldingen, uit de verpleeghuiszorg/wijkverpleging 30.
- 37 procent van de meldingen ging over seksueel grensoverschrijdend gedrag dat één keer plaatsvond. In 34 procent van de meldingen gebeurde het gedurende weken, maanden of zelfs jaren op regelmatige basis, vooral in de geestelijke gezondheidszorg.
- Bij 12 procent waren er eerdere meldingen over dezelfde zorgverlener en bij 10 procent werd er gemeld dat de zorgverlener meerdere slachtoffers had gemaakt.
- 67 procent van de slachtoffers is vrouw. Zo'n 70 procent van de plegers is man, in alle leeftijden. Als een vrouw de pleger is, is de gemiddelde leeftijd jonger.
- De betrokken zorgverleners worden vaak ontslagen. In ruim 70 procent van de meldingen die de inspectie kreeg, is geen aangifte gedaan bij de politie. Als er een aangifte is, komt die meestal van een patiënt of cliënt, veel minder van een zorginstelling.