Na 'Ruimte voor de rivier' moeten rivieren alweer opnieuw op de schop

Hoogwater wordt hoger en laagwater steeds lager. Daarom is vandaag een nieuw groot project voor de Nederlandse rivieren gestart. Nadat 'Ruimte voor de rivier' ervoor heeft gezorgd dat er minder overstromingen in ons land kunnen plaatsvinden, gaat het nu om ‘Ruimte voor de rivier 2.0’.
De komende jaren wordt eerst gestudeerd op nieuwe maatregelen, die opnieuw tot ingrijpende veranderingen in het landschap kunnen leiden. Tegelijk moeten volgend jaar al de eerste keuzes worden gemaakt. Keuzes over waar rivieren opnieuw extra de ruimte krijgen, of waar juist water kan worden vastgehouden.
Minister Madlener van Infrastructuur en waterstaat lanceerde samen met lagere overheden en waterbeschermers de nieuwe aanpak. Op een bijeenkomst in Zaltbommel bij de Waal benadrukte de minister de grote impact van het eerste Ruimte voor de rivier-programma.
"Door enorme hoosbuien in België en Duitsland zijn in 2021 honderden doden gevallen. Hier viel het mee. Dat is toch een moment dat je denkt: wij doen het goed", aldus Madlener.
Weersextremen
De eerste keer 'Ruimte voor de rivier' was bedoeld om overtollig water veilig af te kunnen voeren. Het extra water wordt veroorzaakt door heviger regenbuien, zowel in eigen land als in het buitenland, en ook door smeltende gletsjers in de Alpen.
Daarnaast zijn er inmiddels ook andere uitdagingen. Periodes van wateroverlast wisselen periodes van (extreme) droogte af. Volgens Deltacommissaris Co Verdaas tonen de klimaatscenario's voor Nederland aan dat de rivieren het door de toenemende weersextremen steeds zwaarder krijgen.
"In perioden met zware regenval moeten ze meer water kunnen afvoeren. Tegelijkertijd nemen de droge perioden toe en zal het peil in de rivieren dus vaker lager staan", zegt Verdaas. "Het is goed dat we nu stappen gaan zetten voor een toekomstbestendig rivierensysteem."
Dalende rivierbodem
Een derde probleem vormt erosie van rivierbodems, in de Waal het meest. De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat de bodem van de grote rivieren daalt, nu al soms 1,5 tot twee meter. Dat leidt tot (extra) verdroging van de natuur en landbouwgrond in het rivierengebied, omdat het grondwater naar de rivier stroomt.
Ook de bevaarbaarheid van rivieren kan erdoor in gevaar komen, omdat havens en sluizen dan hoger liggen. Vaargeulen worden te smal bij lage waterstanden en kabels en leidingen die onder een rivier doorlopen, dreigen bloot te komen liggen.
Bovendien kunnen oevers en kades instabiel worden, of funderingen worden aangetast. De effecten van de bodemerosie worden versterkt door klimaatverandering.
Op deze kaart kan je het gebied zien waarnaar gekeken wordt voor het project Ruimte voor de rivier 2.0:

Vooral de samenwerking tussen het Rijk en de andere partijen is volgens minister Madlener cruciaal. Ook omdat dit niet de enige uitdaging is waar Nederland voor staat. Ook de waterkwaliteit, het stikstofprobleem en de woningopgave vormen grote problemen.
In ieder geval moeten er 'geen wijken meer worden gebouwd op plekken waar we later spijt van krijgen', zegt Madlener. "Daar ben ik over in gesprek met minister Mona Keizer."
Dreigende dijkdoorbraken
Dat Nederland besloot om rivieren meer ruimte te geven, werd ingegeven door extreem hoog water in 1995. Dreigende dijkdoorbraken leidden tot de evacuatie van 250.000 mensen en één miljoen dieren uit het Rivierenland.
De dijken hielden het maar net. Sindsdien zijn er veel maatregelen genomen om een herhaling te voorkomen. Onder de noemer 'Ruimte voor de rivier' zijn tussen 2006 en 2019 onder meer extra zijtakken, zogenoemde nevengeulen, voor rivieren gegraven.
Het water dat ons land binnenkomt, heeft daardoor letterlijk meer ruimte gekregen. Het heeft ernstige overstromingen voorkomen, zoals dus in 2021. Wel moesten soms pijnlijke keuzes worden gemaakt. Bij het verleggen van dijken of ontpoldering moesten op verschillende plekken mensen en bedrijven verhuizen.
Als het gaat om het rivierengebied willen de samenwerkende partijen de komende tientallen jaren het rivierengebied anders gaan inrichten.
Daarmee willen ze met oplossingen komen voor een scala aan uitdagingen: naast de eerder genoemde waterafvoer, bevaarbaarheid en verdroging van landbouw en natuur, gaat het ook om waterkwaliteit, zoetwaterverdeling, drinkwatervoorziening en recreatie.